Hoefbevangenheid

Hoefbevangenheid (of laminitis) is een stofwisselingsstoornis die leidt tot een ontsteking net onder de hoefwand. Het ontsteken van de lamellen, de structuur die de hoefwand verbindt met het hoefbeen, zorgt voor zwelling en vochtuittreding ter hoogte van de lederhuid van de hoef. Dat vocht zit gevangen tussen het 'leven" en het hoorn van de hoef en kan nergens heen. De ontsteking in combinatie met de oplopende druk is extreem pijnlijk. Je kunt het vergelijken met een blaar onder je vingernagel. Bij ernstige hoefbevangenheid zijn de lamellen in de hoef zo verzwakt, dat ze losraken. De (normale!) trekkracht van de buigpees aan het hoefbeen zorgt er vervolgens voor dat het hoefbeen in de hoef kan kantelen en zelfs door de zool van de hoef kan breken. In het laatstgenoemde geval kan het dier meestal niet meer gered worden. Hoefbevangenheid is dan ook een zeer ernstige aandoening waarbij snelle hulp van de dierenarts geboden is.

ontschoening rsz tekst

Chronisch of acuut?

Hoefbevangenheid kan chronisch zijn of acuut.

Acute hoefbevangenheid treedt vaak plotseling op en de verschijnselen zijn direct duidelijk aanwezig: typische achterover hellende stand (parallellogram houding), ernstige kreupelheid (op eieren lopen) en duidelijk veel pijn. Acute hoefbevangenheid heeft een duidelijk ontstekingsbeeld met warmte (van de hoef) en zwelling (in de hoef). Het is van groot belang dat acute hoefbevangenheid onmiddellijk wordt behandeld door een dierenarts om te

voorkomen dat de aandoening chronisch wordt, danwel dat het hoefbeen verzakt. Binnen 1 á 2 dagen kan de chronische fase al intreden en wordt de kans op genezing klein of onmogelijk.

Chronische hoefbevangenheid is meestal het gevolg van een niet geheelde, acute hoefbevangenheid, maar kan ook geleidelijk ontstaan zonder dat er acute symptomen zichtbaar zijn geweest. Chronische bevangenheid is aan de buitenkant van de hoef vaak te zien aan ringen in de hoefwand of een knik in de hoefwand (opwippende teen). Het ontstekingsbeeld is nu minder zichtbaar of voelbaar. Met een röntgenfoto is chronische hoefbevangenheid te bevestigen: het hoefbeen is gekanteld en soms zelf ook gezakt. Uiteindelijk kan chronische hoefbevangenheid leiden tot het door de zool zakken van het hoefbeen, of zelfs ontschoening: het hoefbeen scheurt af van het hoornkapsel, hierdoor laat de hoefwand los langs de kroonrand en zakt in zijn geheeld 'door de hoef'.

Verschijnselen

De eerste symptomen die kunnen duiden op hoefbevangenheid zijn:
  • Houterige gang, stijfheid
  • Warme hoeven, soms met voelbare zwelling van de kroonrand.
  • Duidelijk voelbare digitale pols (je voelt de bloedvaten in de ondervoet duidelijk kloppen).
  • Hoeven uitkrabben geeft weerstand, het paard wil zijn standbeen liever niet belasten

Duidelijke symptomen van hoefbevangenheid:

  • Het paard probeert zijn voeten te ontlasten en belast ze daardoor vaak om en om of ligt veel meer dan normaal.
  • (Ernstige) kreupelheid, van op eieren lopen tot geen stap meer kunnen verzetten.
  • Typische achterover hellende stand (parallellogram houding) om de voorbenen zo goed mogelijk te ontlasten. De achterbenen worden ver onder het lichaam geplaatst en de voorbenen meer naar voren.
  • Wenden gaat moeizaam.
  • Duidelijk ongemak zichtbaar door rusteloosheid, zweten, verhoogde hartslag en soms ook koorts (bij acute hoefbevangenheid)
  • Het paard is rusteloos en voelt zich zichtbaar niet lekker.

Meestal komt de hoefbevangenheid alleen bij de voorste hoeven voor, maar het is zeker mogelijk dat alle vier de hoeven bevangen zijn.

Oorzaken van hoefbevangenheid

Hoefbevangenheid is vrijwel altijd een 'secundaire' aandoening, oftewel door andere aandoeningen veroorzaakt. Deze oorzaken zijn onder te verdelen in 3 groepen:

1. Stofwisseling

Dit is veruit de meest voorkomende groep oorzaken van hoefbevangenheid. Het is zelfs zo dat ruim 90% van de hoefbevangenheid kan worden toegeschreven aan hormonale stofwisselingsstoornissen. Denk daarbij aan EMS (Equine Metabolic Syndrome) en PPiD (Pitu

itary Pars Intermedia Dysfunction, bekend als de ziekte van Cushing).

  • EMS; Een syndroom dat door de combinatie van overgewicht en insuline resistentie, hoefbevangenheid tot gevolg heeft. Het paard wordt naarmate de vetopslag toeneemt, steeds ongevoeliger voor de insuline die het lichaam aanmaakt om suikers op te slaan in vet. Dat wil zeggen dat een insuline resistent paard bij de inname van suikers een vele malen grotere hoeveelheid insuline aanmaakt. Het is de enorme (langdurige) piek aan insuline die vervolgens hoefbevangenheid geeft. Wat het achterliggende proces daarvan precies is, wordt momenteel druk onderzoek naar gedaan.  Verschijnselen van EMS zijn overgewicht, (chronische) hoefbevangenheid, zoolzweren en abnormale vetdistributie (vnl manenkam, lendenen en ruinen in de koker). De aandoening komt bijna 2x vaker voor bij pony’s dan bij paarden. Bovendien wordt het bijna altijd gezien bij paarden van 10 jaar en ouder. IR is te beheersen en zelfs te genezen indien in de voeding van het paard levenslange aanpassingen worden gedaan.
  • PPID;  PPID  is  een  hormonale  aandoening  waarbij  de  aanmaak van hormonen is ontregeld. Aan de basis van de hersenen zitten twee 'klieren', de hypothalamus  en  de  hypofyse  (in  het  Engels ‘pituitary gland’), welke de  aanmaak  en  de  afgifte  van  hormonen regelen. In  de  hypothalamus  zijn  zenuwen  aanwezig  die  de  stof dopamine  aanmaken.  Dopamine heeft een regulerende functie op een  gedeelte  van  de  hypofyse  die  de  pars
    intermedia wordt genoemd. Bij paarden met PPiD gaan zenuwen in de  hypothalamus  verloren, de  pars  intermedia wordt onvoldoende door dopamine geremd en de hypofyse maakt zodoende sommige hormonen ineens veel te veel aan (vandaar de naam:
    Pituitary Pars Intermedia Dysfunction). De hormoonhuishouding raakt in de war en de hypofyse gaat daarnaast ook als een (goedaardige) tumor zwellen. Hierdoor kan o.a. hoefbevangenheid ontstaan, maar raakt ook de thermoregulatie in de war: zweten, lang krullerig haar, vetopslag in de buik en boven de oogleden. 
  • Suikerrijk dieet; Een teveel aan koolhydraten (suikers) of zetmeel door het eten van teveel haver, krachtvoer, jong gras en appels. Vooral in het voorjaar en najaar kan het gras een hoog gehalte aan suikers bevatten.
  • Medicijnen; de medicijnen uit de groep van de corticosteroïden kunnen, vanwege hun aangrijpingspunt in de hormoonhuishouding, aanleiding zijn voor het ontstaan van hoefbevangenheid.

2. Ernstige ziekte

Een zeer klein deel van het totaal aantal gevallen van hoefbevangenheid is een gevolg van ernstige ziekte. Dit komt gelukkig omdat slechts een heel klein deel van de paardenpopulatie ernstig ziek wordt, want bij ziektes als sepsis (bloedvergiftiging), colitis X of aan de nageboorte staan is de kans op hoefbevangenheid juist heel groot! Dit zijn ziektes waarbij gifstoffen (endotoxinen) in de bloedbaan terecht komen, waar ze een ontsteking van de haarvaatjes kunnen geven. Deze ontstekingen vinden bij voorkeur plaats in de hoef en zo ontstaat hoefbevangenheid.

3. Overbelasting

Wanneer een paard kreupel is aan de ene voet en daardoor de andere, gezonde, voet meer belast, kan er overbelasting ontstaan, waardoor er hoefbevangenheid in die hoef kan ontstaan. Ook wanneer een paard te veel op een harde ondergrond beweegt, kan er hoefbevangenheid optreden. Denk hierbij aan tuigpaarden die een lang stuk over de verharde weg hebben gelopen.

Bron foto: www.dierenartsvanleeuwen.nl                                                                                                        bron foto: diergeneeskunde.nl.

hoefbevangenheid kantelen en zakken

hoefbeen gekanteld FS v Leeuwen

Diagnose

De diagnose van hoefbevangenheid wordt meestal gesteld aan de hand van de verschijnselen zoals hierboven beschreven. Door de dierenarts worden bij het bezoek alle verschijnselen meegenomen en we beoordelen de warmte van de voet, de venepols, en de gevoeligheid van de hoef. Met een hamertje wordt op de hoeven geklopt en er wordt met een zogenaamde visiteertang in de hoeven geknepen. Bij hoefbevangenheid zal het paard daar op meerdere plaatsen pijnlijk op reageren. Om wat meer inzicht te krijgen over de stand van het hoefbeen binnen de hoornschoen is het zeker aan te raden een röntgenfoto te maken. Daarbij wordt bepaald hoe het hoefbeen ten opzichte van de hoornwand is geplaatst. Is er sprake van een kanteling, of zelfs een verzakking? Op de foto linksboven is duidelijke kanteling van het hoefbeen te zien, daarnaast is het hoefbeen van vorm aan het veranderen, door de langdurige verkeerde stand van het hoefbeen in de hoefschoen. Op de foto rechts is zowel kanteling als verzakking te zien: de punt van het hoefbeen is door de zool gezakt. De diepe buigpees is ook in de foto getekend om aan te geven hoe de trekkracht van de pees de kanteling van het hoefbeen in de hand werkt.

Therapie

Wat kunt u zelf doen?

In afwachting van de dierenarts, ga niet met het paard lopen! Daarnaast kunt u de voeten koelen met een koude waterstraal of door het paard in een natte paddock te zetten. Zorg voor een comfortabele ondergrond, dat het paard kan gaan liggen als hij dat wil.

Op basis van de verzamelde gegevens wordt een behandelplan gemaakt. Vaak worden medicijnen voorgeschreven en daarnaast een begin gemaakt met het opsporen van de oorzaak. Hiervoor is vaak bloedonderzoek nodig, denk aan EMS en PPID.  Daarnaast is een goed voederadvies erg belangrijk. Hoefbevangen paarden moeten sober gevoerd worden en omdat zelfs de suikers uit een klein beetje gras al schadelijk kunnen zijn, mogen zij niet op de wei, ook niet als er slechts weinig gras in staat. Een paddock met zand daarentegen is prima. Ook een natte paddock is goed want dan worden de hoeven van het paard direct gekoeld. Zorg wel altijd voor een droge plek waar het paard of de pony kan gaan liggen.

Een behandeling bij hoefbevangenheid heeft de meeste kans van slagen wanneer de eigenaar zich samen met de dierenarts en de hoefsmid inzet. Een goede samenwerking kan uitzonderlijke stappen in de goede richting betekenen.

Een goede hoefsmid speelt een grote rol in het genezingsproces. Door op een juiste manier te bekappen of het paard op speciaal beslag te zetten kan deze in ernstige gevallen de druk laten afnemen en zo de pijn verminderen. Vervolgens zal stukje bij beetje geprobeerd worden om de hoef weer recht te krijgen. Dit is echter een langdurig proces.

Preventie

Bij een aanval van hoefbevangenheid is het heel belangrijk om er samen met de dierenarts achter te komen wat de mogelijke oorzaak was en vervolgens deze oorzaak te behandelen of te voorkomen. Belangrijke voorzorgsmaatregelen zijn: 

  • het paard slechts beperkt in een ‘vette’ wei laten lopen - pony's kunnen al in 2 uur hun dagelijkse dagbehoefte bijelkaar grazen! Ze staan dus snel te lang op de weide. Een graasmasker kan de grasopname reduceren tot ongeveer een kwart van de normale opname per uur. 
  • bij EMS het paard voorzichtig laten afvallen - dit moet altijd in overleg met de dierenarts. De dierenarts helpt met een voedingsadvies en een meetlint, daarnaast wordt een stappenplan opgesteld
  • voor PPID wordt in overleg met de dierenarts een behandeling ingesteld 
  • de voerton goed afsluiten
  • zorg voor een goede hoefsmid! Deze speelt een grote rol in de behandeling en preventie van hoefbevangenheid. Alle vakbekwame en gediplomeerde hoefsmeden kunt u vinden op www.equineservices.nl

Zo kan (een nieuwe aanval van) hoefbevangenheid vaak worden voorkomen.

Graas-advies

Paarden laten grazen is moeilijker dan het lijkt, zeker als het gaat om paarden of ponies die gevoelig zijn voor (te grote) opname van suikers (fructanen!).
Als stelregel geldt dat een plant overdag door middel van fotosynthese suikers aanmaakt, waaronder fructanen. Aan het begin van de nacht is het gehalte suikers het hoogst. In de nacht worden de suikers weer door het gras zelf verbruikt en waardoor vroeg in de morgen het suikergehalte het laagst is. Hoe harder de plant kan groeien (warm, zonnig, vochtig) hoe minder fructanen in het gras aanwezig zijn, ze worden verbruikt door de groei. Als er wél zon is, maar het is bijvoorbeeld droog of koud, dus het gras groeit minder, dan gaan fructanen zich opstapelen. De beste periode om je paard te weiden is voor het middaguur. Indien je écht alleen 's avonds kunt weiden is een graasmasker te overwegen. Zeker in de vroege lente is dat een goede optie, iedere maand wordt het suikergehalte in het gras lager, dus vanaf juli kunnen gezonde paarden, zonder chronische bevangenheid, zonder masker naar buiten.

Graslandbeheer
De conditie van de wei wordt bepaald door de grondsoort, het gras, graas intensiteit en de bemesting. Paarden gebruiken het grasland anders dan koeien. Ze bijten het gras heel kort af met de tanden terwijl koeien hun tong om een pluk gras slaan en het met de ondertanden afsnijden. Daardoor zullen paarden sneller de groeipunten van de grasplant afgrazen waardoor de plant veel trager zal hergroeien. Bij de keuze van het grasmengsel zal men dus die soorten moeten kiezen met groeipunten zeer laag bij de grond.

Paarden hebben in hun rantsoen meer structuur (ruw vezel of stengelmateriaal) nodig dan koeien. Dus zal men grovere grassoorten inschakelen (o.a. Timothee).De hoge voederwaarde van het klassieke gras voor rundvee is, vooral in het voorjaar, zelfs gevaarlijk voor paarden want het kan aanleiding geven tot sterke vervetting, hoefbevangenheid en koliek.Vandaar dat het belangrijk isvsteeds graszaadmengsels te gebruiken die speciaal voor paarden zijn samengesteld. Deze mengsels zullen grassoorten en rassen moeten bevatten met lage groeipunten en met een hoog vezelgehalte.

Een goed paardengras zaadmengsel bevat o.a. rassen van het gazontype om dat deze gekenmerkt worden door zeer lage groeipunten en dus goed korte begrazing van paarden verdragen. Timothee wordt toegevoegd omdat deze soort een hoog vezelgehalte heeft en bovendien een latere groei kent. Zodoende zal de dalende opbrengst van de andere soorten vanaf de maanden augustus en september enigszins gecompenseerd worden door deze late grassoort.
Om voldoende opbrengst te halen wordt er in elk graszaadmengsel voor paarden minstens 10 % Engels zaaigras gebruikt. Grassoorten geschikt voor een paardenwei zijn bijvoorbeeld: Veldbeemdgras (Poa pratensis L.), Engels raaigras (Lolium perenne), Roodzwenkgras (Festuca Rubra) en Lammerstaart
(Timothee.)

Bomen rond de paardenwei
Niet alle bomen zijn even geschikt voor de paardenwei. Giftige bomen zijn o.a. de walnoot, kastanje, beuk, (rode) esdoorn en kersen- en pruimenboom. Het beste is om een paard simpelweg geen toegang te geven tot takken, bladeren en vruchten van deze bomen. Eikenbomen zijn eveneens mild giftig, vooral de bladeren en onrijpe, groene eikels.
De schimmel die de spierziekte Atypische myopathie veroorzaakt, kan voorkomen op esdoornbladeren en zaden van de esdoorn. De zoete smaak van esdoornbladeren is voor paarden aantrekkelijk. Let daarom goed op esdoornbomen langs de weide. Verwijder zaden en bladeren.