IBR - Infectieuze Boviene Rhinotracheïtis

IBR, ook wel koeiengriep genoemd, is een virusinfectie bij rundvee waarbij voornamelijk de voorste luchtwegen zijn aangedaan. Vaak gaat het virus door het koppel zonder dat er zichtbare verschijnselen worden opgemerkt. Soms worden alleen vruchtbaarheidsproblemen of een verminderde melkgift gezien. De meeste uitbraken treden tijdens de stalperiode op. De hoge koorts, evt. verwerpers en productiedaling zorgen voor een flinke schadepost als een bedrijf een uitbraak doormaakt, of persisterend besmet is. De schade door IBR op niet-vrije bedrijven bedraagt ca. € 20,- tot € 40,- per aanwezige koe per jaar en op vrije bedrijven tijdens een uitbraak: € 50,- tot > € 200,- per koe (Bron: MSD Animal Health).

Landelijke bestrijding

Vanaf 1 april 2018 is het verplicht om IBR te bestrijden bij melkvee. Vanaf 2019 wordt dit ook verplicht voor vleesveebedrijven. Enkel voor sommige kanalisatiebedrijven, zoals bedrijven met slachtstieren, worden dan nog uitzonderingen gemaakt. De zuivelondernemingen stellen eveneens deelname aan een BVD bestrijdingsprogramma verplicht.  Neemt u nog niet deel aan een IBR bestrijdingsprogramma, en weet u niet wat uw huidige status is, dan is het advies allereerst de tankmelk op IBR antistoffen te laten onderzoeken. Daarna kunt u een keuze maken:

  1. IBR-vrij (route intake bloed en bewaking tankmelk): geschikt voor bedrijven met minder dan 10 procent besmette dieren in de te onderzoeken koppel.
  2. IBR-vrij (route tankmelk): geschikt voor bedrijven waar geen antistoffen in tankmelk worden gevonden.
  3. IBR-vrij (route vaccinatie): voor overige bedrijven.
  4. IBR- vrij niet melkleverend bedrijf

Indien u al deelneemt aan een vrijwillig IBR bestrijdingsprogramma, dan behoudt u de status zoals deze per 1 april 2018 bekend is bij de GD voor dieren. Afhankelijk van uw huidige bedrijfsstatus zijn er verschillende routes mogelijk voor deelname aan een bestrijdingsprogramma.

Lees ook de veelgestelde vragen!

rsz kalf snot neus

Status Betekenis
In onderzoek
Het bedrijf voert de voorgeschreven acties uit voor het behalen van een onverdachtstatus (route 2) of vrijstatus (route 1 en 2). Of het bedrijf heeft zich aangemeld voor vaccinatie, maar heeft de eerste vaccinatieronde nog niet uitgevoerd.
Onverdacht
Het bedrijf heeft alle voorgeschreven acties uitgevoerd, met het gewenste resultaat, om de onverdachtstatus te behalen volgens route 2; vervolgens heeft het bedrijf alle voorgeschreven acties om die status te behouden uitgevoerd met het gewenste resultaat.
Vrij
Het bedrijf heeft alle voorgeschreven acties uitgevoerd, met het gewenste resultaat, om de vrijstatus te behalen, volgens route 1 of 2; vervolgens heeft het bedrijf alle voorgeschreven acties om die status te behouden uitgevoerd met het gewenst resultaat.
Observatie
Na bijvoorbeeld een ongunstige laboratoriumuitslag of een aanvoer van een niet-vrij bedrijf kan niet meer met zekerheid worden gezegd dat een bedrijf IBR-vrij of IBR-onverdacht is. Het bedrijf krijgt dan de observatiestatus en er is verificatie nodig om een nieuwe besmetting uit te sluiten. Als het resultaat van de verificatie of de aanvullende actie gunstig is, krijgt het bedrijf de onverdachtstatus of vrijstatus terug; is het resultaat ongunstig, dan vervalt de vrijstatus of onverdachtstatus. Wordt verzuimd de gewenste actie uit te voeren, dan wordt de status 'onbekend'.
Vaccinerend
Het bedrijf heeft niet gekozen of kunnen kiezen voor de status IBR-onverdacht of IBR-vrij en heeft de eerste koppelvaccinatie uitgevoerd. Daarna heeft het bedrijf tijdig vervolgvaccinaties uitgevoerd.
Onbekend
Als het bedrijf deelneemt aan de bestrijding en een status vaccinerend, vrij, onverdacht, observatie of in onderzoek heeft, maar verzuimt om de bijbehorende actie tijdig uit te voeren. Of als het bedrijf niet deelneemt aan de bestrijding omdat er dan over het bedrijf geen andere informatie beschikbaar is.

NB1: melkveebedrijven die een veterinaire eenheid vormen met een ander bedrijf, dienen zich beiden aan hetzelfde bestrijdingsprogramma te houden
NB2: gewetensbezwaarden, die wegens hun geloofsovertuiging hun dieren niet willen vaccineren, dienen zich te melden bij hun zuilvelonderneming voor afspraken op maat


Overstap vanuit de huidige vrijwillige bestrijding

Bedrijven met een IBR-vrijstatus, of op weg daar naar toe, volgens de vrijwillige bestrijding kunnen direct instromen in route 1. De voorwaarden voor het behoud van de IBR-vrijstatus blijven gelijk. Bedrijven met de IBR-onverdachtstatus volgens de vrijwillige aanpak kunnen direct instromen in route 2. Om de IBR-onverdachtstatus te behouden moeten deze bedrijven aangevoerde dieren van een niet-vrij bedrijf voortaan onderzoeken op gE-antistoffen (zie ‘veebewegingen’).

Veebewegingen

IBR-vrije en IBR-onverdachte bedrijven dienen dieren afkomstig van niet IBR-vrije bedrijven, na aanvoer te onderzoeken op gE-antistoffen. Vanaf het moment van aanvoer krijgt het bedrijf de status IBR-observatie. Hiermee is de IBR-vrijstatus of IBR-onverdachtstatus opgeschort. Indien het dier geen antistoffen heeft, krijgt het bedrijf de oorspronkelijke status terug. Heeft het dier wel antistoffen dan moet het dier worden afgevoerd. Indien 4 tot 8 weken na afvoer bij vervolgonderzoek geen gE-antistoffen worden aangetoond, krijgt het bedrijf de oorspronkelijke status terug. Het vervolgonderzoek bestaat uit tankmelkonderzoek of een steekproef van drie dieren, afhankelijk van de leeftijd van het afgevoerde dier.

Meer informatie is te vinden op www.ibrbvd.nl

Waar moet u op letten bij de verspreiding van IBR

Het IBR virus heeft als belangrijke eigenschap dat een groot aantal dieren dat een besmetting met IBR heeft doorgemaakt drager blijft van het virus. Het IBR virus geeft bij een infectie vooral ontstekingen aan de slijmvliezen. Hierna trekt het virus zich terug en nestelt zich in de zenuwknopen in het lichaam. Wanneer het virus hier zit worden er geen virussen meer uitgescheiden door het rund en worden er geen andere dieren besmet. Echter bij weerstandsvermindering kan het virus weer tevoorschijn komen en zich verspreiden naar andere dieren. Derhalve is ieder dier dat ooit in aanraking is geweest met het IBR virus een bron van waaruit opnieuw het virus verspreid kan worden.

  • Via de lucht - Het virus kan via de lucht verspreid worden maar het zijn zeer korte afstanden (enkele meters). Hierin zit gevaar bijvoorbeeld in geval van naast elkaar weiden of bedrijven die zeer dicht bij elkaar zitten.
  • Direct contact - De belangrijkste verspreidingsroute is via vee, dus bedrijven die aankopen of uit-en inscharen lopen een risico. Denk hierbij ook aan een mogelijk IBR besmet dier in de veekar van de handelaar of in de bak van de Rendac.
  • Materiaal schoonhouden - Ook mensen en materialen kunnen IBR verslepen voornamelijk door bijvoorbeeld snot aan kleding.

Belangrijk is dus zolang er nieuwe bedrijven besmet raken om het bedrijf zoveel mogelijk gesloten te houden. Dat wil zeggen geen aankoop, geen veekeuring ed. Weer zoveel mogelijk bezoekers uit de stal, degenen die echt naar binnen moeten, moeten bedrijfskleding aan. Dit geld ook voor "korte bezoekjes" en mensen die op de voergang blijven (juist aan de voorkant van de dieren) zoals de voeradviseur of de KI.
Breng af te leveren kalveren of koeien zoveel mogelijk naar de weg, zodat de handelaar de stal niet in hoeft.

Vaccineren

Als dit niet mogelijk is of ligt bedrijf binnen enkele meters van een ander (risico)bedrijf, verdient het aanbeveling om te enten. Met behulp van een neusenting kan uw koppel al 4-7 dagen na de enting beschermd zijn tegen de ernstige gevolgen van IBR. Neem voor informatie over de mogelijkheden van vaccineren contact op met de praktijk.