Rhinopneumonie is een virale infectie, die in meerdere varianten voorkomt. Jaarlijks zijn er enkele uitbraken van deze ziekte, soms met abortus of neurologische verschijnselen tot gevolg. Door snel en juist te handelen, kan een uitbraak beperkt blijven . "100sec Dierenarts" heeft ook over Rhinopneumonie een filmpje gemaakt.  Je kunt dit hieronder bekijken.

100 seconden dierenarts rhinopneumonie

rsz_img_4340_-_kopie

Wat is Rhinopneumonie?

Rhinopneumonie is een infectie met het Equine Herpes Virus (EHV) en de twee belangrijkste varianten zijn:  EHV-1 en EHV-4. EHV-4 veroorzaakt voornamelijk verkoudheid bij jonge paarden en zorgt zelden voor ernstige problemen. EHV-4 komt heel veel voor, meer dan 90% van de volwassen paarden heeft antistoffen tegen het virus. EHV-1 komt iets minder vaak voor (20-40% van de paarden) en is de meest voorkomende oorzaak van infectieuze abortus en kan daarnaast verlammingsverschijnselen tot gevolg hebben. Vaak zijn de eerste verschijnselen hoge koorts (tot 41C), dikke benen, neus- en ooguitvloeiing en verminderde eetlust. Soms zijn slechts één of enkele van genoemde verschijnselen zichtbaar. De infectie kan ook ongemerkt voorbij gaan. Abortus en verlammingsverschijnselen kunnen ook zonder voorafgaande verschijnselen optreden. Indien u vermoedt dat uw paard een rhino infectie doormaakt, neem dan contact op met uw dierenarts.

De incubatietijd van rhinopneumonie is 2 tot 10 dagen. Dat is de tijd na infectie die verstrijkt voor men ziekte kan waarnemen. Dit geldt echter niet voor de abortus vorm. Abortus treedt enkele weken tot maanden na infectie op, meestal tussen de 7e en 9e maand van de dracht. De merrie is dan vaak al niet meer ziek.
Eens een paard besmet is geweest, zal het vaak drager blijven. Zo kan het virus gaan uitscheiden wanneer de weerstand zakt, bijvoorbeeld in stresssituaties.

Neurologische vorm

De neurologische vorm van rhinopneumonie kan dodelijk zijn voor het paard. Het virus veroorzaakt aantasting van het zenuwstelsel waardoor verlamming op kan treden. Dit kan al binnen één dag na de eerste koorts, maar ook nog 10-14 dagen later pas ontstaan.

Bij paarden met de neurologische vorm is dit te zien door slapte, vaak in de achterbenen, en een 'dronkemansgang'. Soms kunnen paarden helemaal niet meer staan. De staart hangt vaak slap naar beneden en soms raakt ook het rectum, het laatste deel van de endeldarm, en de blaas verlamd. Hierdoor kunnen problemen ontstaan met mesten en plassen. De mest kan niet meer goed worden afgevoerd en de blaas loopt over of kan  zelfs scheuren. Heeft je paard koorts en vertoont het daarnaast slapte? Neem dan direct contact op met je dierenarts!

Besmetting

Paarden kunnen elkaar besmetten door neuscontact. Dit kan ook indirect contact zijn, bijvoorbeeld kleding van de verzorger. Daarnaast zijn een verworpen veulen, de nageboorte en vloeistoffen een belangrijke bron van besmetting. Bij een mogelijke uitbraak is het dus verstandig, strikte hygiënemaatregelen in acht te nemen. Een verworpen vrucht moet ook zorgvuldig worden opgeruimd, en liefst voor sectie worden verstuurd naar de gezondheidsdienst. Neem hiervoor contact op met de dierenarts.

Verspreiding voorkomen

Bij een uitbraak van rhinopneumonie is het heel belangrijk dat snel wordt gehandeld om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Paarden met koorts scheiden veel virus uit, en kunnen dit tot wel 28 dagen na besmetting blijven doen. Zorg dat drachtige merries apart staan van andere paarden. Temperatuur alle paarden op stal 2x per dag om zo snel mogelijk het ontstaan van koorts op te merken. Paarden met koorts moeten worden geïsoleerd: apart van de de nog gezonde paarden huisvesten. Dat kan bijvoorbeeld door ze in een apart stalgebouw neer te zetten, of aan het eind van een rij boxen, met enkele lege boxen tussen het zieke en de gezonde paarden.

Let op: met kleding, stalmaterialen als kruiwagens en emmers en je handen kan het virus ook worden verspreid. Gebruik voor het verzorgen van de zieke paarden dan ook andere materialen dan voor de gezonde paarden. Trek een overall en aparte laarzen aan in de ziekenboeg.

Download hier het
hygiëne protocol

in het geval van een
rhinopneumonie uitbraak.

Vaccinatie

Het is mogelijk uw paard te vaccineren tegen rhinopneumonie. Deze vaccinatie kan een infectie niet voorkomen, maar wel de ziekteverschijnselen en virusuitscheiding van rhinovirussen sterk verminderen. Tegen de neurologische vorm van een EHV-1 infectie is geen enkel vaccin effectief. Bescherming tegen abortus gebeurt door een correct gevaccineerde merrie te vaccineren in de 5e, 7e en 9e maand van de dracht. Belangrijk hierbij is u te realiseren dat vaccineren tegen abortus ook geen 100% bescherming geeft, maar de kans op abortus wel aanzienlijk verkleind.

Eens de ziekte is vastgesteld, heeft het niet veel zin om uw paard toch nog even  snel te vaccineren. Om een zo goed mogelijke bescherming te geven aan uw paard, kunt u het beste zorgen voor een regelmatige vaccinatie. Staat uw paard op stal met meerdere paarden, dan is vaccinatie alleen zinvol indien de overige paarden ook correct gevaccineerd zijn.
Het vaccinatieschema ziet er als volgt uit:

  • eerste enting op 5 maanden (op zijn vroegst, maar mag ook later zijn)
  • tweede enting 4-6 weken na de eerste.
  • de enting moet halfjaarlijks herhaald worden.

Ten tijde van een uitbraak is het mogelijk uw paard een extra booster te geven, mits uw paard correct is gevaccineerd.