Samenvatting boerenavond april 2018

Eind april organiseerden we een informatieve avond voor onze veehouders. Op deze geslaagde avond waren een groot aantal veehouders aanwezig die meer te horen kregen over uierontsteking en kalverdiarree. Mocht u niet in de gelegenheid zijn geweest om aanwezig te zijn, volgt hieronder in het kort wat de twee sprekers hebben verteld.


Uierontsteking

Tijdens de eerste lezing werd er dieper ingegaan op welke kiemen uierontsteking kunnen veroorzaken en welke behandeling je het beste kan inzetten. Als eerste is het belangrijk om te weten dat de uierontstekingen kunnen worden onderverdeeld in 3 verschillende graden. In graad 1 is er alleen sprake van een afwijking in de melk. Dat wil vaak zeggen: de koe is niet ziek en aan het uier ziet u niets, echter de melk kan wel (licht) afwijkend zijn (d.w.z. vlokjes in de melk of een verhoogd celgetal). Bij graad 2 uierontsteking is er naast een afwijkende melk wel zwelling/roodheid van het uier te zien. De koe is hiervan echter niet echt ziek. Bij een graad 3 uierontsteking is de koe echt ziek en is het uier warm/rood en is de melk waterig en/of bevat brokken.


Verschillende bacteriën

Uierontsteking kan door verschillende bacteriën worden veroorzaakt. Deze bacteriën kunt u verdelen in 2 groepen, nl de gram positieve bacteriën en de gram negatieve bacteriën. Onder de gram positieve bacteriën horen de Streptococcen (zoals de Streptococcus uberis, dysgalactiae enz.) en de Staphylococcen (zoals de Staphylococcus aureus, coagulase negatieve staphylococcen enz.). Bij de gram negatieve bacteriën hoort de E. coli en de Klebsiella.

Uit onderzoek is gebleken dat 75% van alle uierontstekingen veroorzaakt wordt door de gram positieve bacteriën. Dus maar 25% van de uierontstekingen wordt veroorzaakt door de gram negatieve bacteriën. Daarnaast geven de gram positieve bacteriën vaak graad 1 en graad 2 uierontstekingen en maar een klein percentage (4-6%) graad 3 uierontstekingen. Bij de gram negatieve bacteriën is er in 33% van de gevallen sprake van een graad 3 uierontsteking. Echter dit wil zeggen dat in 66% van de gevallen de koeien niet echt ziek zijn van de uierontsteking. E. coli geeft dus niet altijd een doodzieke koe.


Gericht behandelen

Bij antibiotica gebruik is het altijd belangrijk om gericht te behandelen. Dit zorgt voor een betere kans op herstel en een kleinere kans op resistentie. Op dit moment gebruiken de meeste veehouders echter nog uierinjectoren die een hele brede behandeling (2de keuze antibiotica) geven met maar een korte behandelingsduur. Dit is wat de overheid eigenlijk sinds de invoering van het antibioticabeleid niet meer wil hebben, omdat er op deze manier met een kanon op de kiem wordt geschoten in plaats van met een pistoolschot. Echter dit werd de afgelopen jaren nog door de vingers gezien, omdat er geen 1ste keuze mastitisinjectoren op de markt waren. Afgelopen jaar zijn er een aantal 1ste keuze mastitisinjectoren op de markt gekomen die de gram positieve bacteriën aanpakken. Dit zorgt ervoor dat de veehouder vanaf nu verplicht wordt om koeien met een milde uierontsteking ook te gaan behandelen met een 1ste keuze mastitisinjector. Aan de hand van de eerder gegeven onderzoeken bleek dat 75% van de uierontstekingen werden veroorzaakt door gram positieve bacteriën. In het geval van graad 1 en 2 uierontstekingen is het percentage nog hoger. Daarom wordt er geadviseerd om bij een graad 1 en 2 uierontsteking een behandeling in te zetten met een 1ste keuze mastitisinjector.


Welke injector

Bij ons op de praktijk wordt orbenin lactation geadviseerd. Als behandeling moet je 3 injectoren gebruiken met steeds 48 uur tussen elke injector. Dit wil zeggen: als u maandag ochtend de eerste injector gebruikt dan moet de tweede op woensdag ochtend worden gegeven en de derde op vrijdag ochtend. Daarna is er nog een wachttijd van 4 dagen voordat u de melk weer in de melktank kan laten lopen. In eerst instantie lijkt het een hele tijd, maar het is belangrijk om te bedenken dat door de lange behandelingsduur alle gram positieve bacteriën ook daadwerkelijk worden afgedood. Nu bestaan de behandelingen tegen uierontstekingen vaak maar uit 2 dagen. Dit is eigenlijk aan de korte kant. Vaak wordt er in die 2 dagen een deel van de bacteriën afgedood, maar er blijft vaak nog een deel over die minder gevoelig is voor de gebruikte antibiotica. In andere woorden: Je slaat de kop van de draak er wel af, maar het lichaam is er nog steeds, waardoor de kop eventueel weer kan aangroeien. Daarom ziet u ook weleens dat als u de behandelde koe net weer wilt meemelken, dat de uierontsteking weer terug komt.


Kortom het is belangrijk om uierontstekingen gericht te behandelen, zodat de kans op resistentie ook kleiner is. Daarnaast wordt door de langere behandelingsduur ook de kans op het terugkomen van de uierontsteking kleiner.



Kalverdiarree

De tweede lezing ging over kalverdiarree en dan vooral over wat er gebeurt in de darmen van het kalf wanneer het kalf diarree heeft.

Vochtverlies

Diarree geeft in eerste instantie altijd vochtverlies. Het is daarom belangrijk om een kalf met diarree voldoende vocht te blijven geven. Minimaal 6L vocht per dag verdeeld over minimaal 4 porties per dag. Als een kalf een matige tot geen zuigreflex heeft, mag u het kalf sonderen. Echter sondeer nooit melk. De melk komt dan namelijk in de pens terecht. De pens kan niet zoveel met de melk waardoor de melk gaat gisten en waardoor het verteringsstelsel alleen maar verder van streek raakt.


Energie verlies

Echter naast vochtverlies raakt het kalf ook veel energie kwijt (opname van voedingsstoffen neemt af). Door het energie verlies zie je dat bij een kalf met diarree de gewichtstoename, die tijdens de eerste levensmaanden zeer belangrijk is, stagneert of zelfs dat het gewicht van het kalf afneemt. Om een kalf er snel bovenop te krijgen tijdens de diarree is het belangrijk dat het kalf wel energie binnen blijft krijgen. Dit kan in de vorm van een elektrolyt dat extra energie bevat of een afwisseling van de ene voedingsbeurt water en elektrolyt en de andere voedingsbeurt melk. Belangrijk is dat u altijd moet kijken of je het elektrolyt kan mengen met melk. Als op de gebruiksaanwijzing niet staat dat het elektrolyt kan worden aangemaakt met (kunst)-melk dan het elektrolyt ook zeker niet mengen met melk. Dit geeft namelijk een remming van de stremming van de melk waardoor de vertering wordt verstoord. Hierdoor wordt de diarree alleen maar erger in plaats van minder.

In een goed elektrolyt moet dus met deze 3 factoren rekening worden gehouden. Dit wil zeggen een elektrolyt dat het vocht naar de weefsels brengt, voldoende energie bevat en de verzuring van het kalf tegengaat.