Sterilisatie hond

De leeftijd waarop uw hond kan worden gesteriliseerd is van een aantal factoren afhankelijk. Voor de meeste honden die minder dan 20 kg wegen is het advies te steriliseren vóór de eerste loopsheid. Weegt uw hond meer dan 20 kg of indien uw hond een groter risico loopt op incontinentie (specifieke rassen), is het advies uw hond 3 maanden na de eerste loopsheid te steriliseren. Voor een advies op maat adviseren we u contact op te nemen met de praktijk. Na de sterilisatie is uw teef direct onvruchtbaar.

Voordelen sterilisatie:

  • Afname van de kans op baarmoederontsteking en melkklier tumoren op latere leeftijd.
  • Onvruchtbaarheid / geen ongewenste dracht en/of schijndracht.
  • Geen kans op suikerziekte veroorzaakt door hormonen


Nadelen sterilisatie:

  • Kans op karakterverandering teef
  • Vachtverandering
  • Iets grotere kans op urine incontinentie op latere leeftijd (3-5% of minder)
  • Gevoeliger voor overgewicht

Voordelen sterilisatie

Minder baarmoederontsteking en melkkliertumoren

Honden die op vroege leeftijd worden gesteriliseerd hebben aanzienlijk minder kans op melkkliertumoren. Dit heeft te maken met de invloed van de hormonen. Bij iedere cyclus die de hond doormaakt, wordt de kans op problemen op latere leeftijd groter. Bij sterilisatie vóór de eerste loopsheid is de kans op kwaadaardige melkkliertumoren op latere leeftijd bijna 0%. Met elke cyclus die de hond doormaakt, stijgt deze kans. Voor kleine hondjes raden wij daarom altijd aan om vóór de eerste loopsheid te steriliseren. Bij grote honden wordt het risico op incontinentie wat groter als deze honden voor de eerste loopsheid worden gesteriliseerd. Daarom raden we bij grote honden aan om deze te steriliseren vóór de tweede loopsheid. 

Baarmoederontstekingen krijgen teven onder invloed van hormonen. Na een sterilisatie is de kans op een baarmoederontsteking dus nihil, ongeacht de leeftijd waarop uw hond word gesteriliseerd. Wij raden daarom aan om ook op latere leeftijd uw hond alsnog te steriliseren.


Onvruchtbaarheid en loopsheid en schijnzwangerschap blijven weg.

Doordat de eierstokken en een klein deel van de baarmoeder worden verwijderd, wordt de teef onvruchtbaar en blijft ook de loopsheid weg. Dit betekent dus ook dat het bloedverlies hiermee weg is. Dit is een fijne bijkomstigheid voor de eigenaar. 

Naast de loopsheid die niet meer optreedt, is er ook geen kans meer op schijnzwangerschap . Dit krijgen ze namelijk ook onder invloed van de geslachtshormonen. Een schijnzwangerschap houdt in dat het lichaam van de hond denkt dat het zwanger is, terwijl dit niet het geval is. Ze kunnen wat slomer zijn, melk geven, slecht eten, opgezette tepels en nesteldrang hebben. Houd uw hond goed in de gaten als ze schijndrachtig zijn. Schijndracht geeft namelijk een vergrote kans op baarmoeder ontsteking. Twijfelt u, neem dan altijd contact met ons op!

De normale temperatuur van een hond is tussen de 38 en 39 graden. Bij een baarmoederontsteking krijgen ze vaak koorts. Als de temperatuur van uw hond verhoogd, is het belangrijk om contact met ons op te nemen.





Geen suikerziekte veroorzaakt door hormonen

Gedurende 2 maanden na de loopsheid produceren de eierstokken het hormoon progesteron. Dit hormoon zorgt er normaliter voor dat een eventuele dracht in stand wordt gehouden. Progesteron zorgt echter ook voor een verhoogde productie van groeihormoon. Deze zorgt er weer voor dat de cellen in het lichaam minder gevoelig worden voor insuline. Als een hond in de periode na de loopsheid suikerziekte ontwikkeld, is het advies om zo snel mogelijk te steriliseren. Met het steriliseren verwijderen we de eierstokken en daarmee de progesteronproductie, waardoor de suikerziekte nog kan verdwijnen.


Nadelen sterilisatie

Kans op karakterveranderingen teef

Door sterilisatie wordt het vrouwelijke hormoon oestrogeen (uit de eierstokken) weggenomen, en krijgt de (kleine) hoeveelheid testosteron, die ieder vrouwelijk dier ook produceert, relatief de overhand. Een fel dominant teefje wordt door sterilisatie juist ‘mannelijker’ en feller. Steriliseren om het karakter te verzachten is bij de teef daarom niet zinvol. Het gebeurt niet bij alle teven maar het komt zeker voor.




Vachtverandering

Bij sommige honden kan na een sterilisatie de vacht veranderen. Over het algemeen wordt de vacht dan dikker en krulleriger. Het gebeurt niet vaak maar kan wel voorkomen. Soms is na een vacht verandering een andere vachtverzorging nodig, dit kan het beste besproken worden met een trimster.

Iets grotere kans op urine incontinentie op latere leeftijd (3-5 %)

Dit geldt vooral voor teven van grote rassen, te zware dieren en rassen waarbij (voorheen) de staart werd gecoupeerd. Eventuele urine-incontinentie is echter niet levensbedreigend en heel goed met medicijnen te behandelen, in tegenstelling tot een baarmoederontsteking of melkkliertumoren. In de afweging wél of niet steriliseren i.v.m. de mogelijke gevolgen is ons advies daarom: wél steriliseren.



Gevoeliger voor overgewicht

De stofwisseling verandert na sterilisatie, waardoor de teef van dezelfde hoeveelheid voer aanmerkelijk dikker kan worden . Dit is gemakkelijk te voorkomen door na de sterilisatie wat minder voer te gaan geven, of evt. op speciaal dieetvoer over te stappen. Het is dus niet zo dat ze door de sterilisatie dikker worden. Het is het voer wat ze daarna krijgen wat ze dikker maakt. Als u op het voer blijft staan wat u al gaf voor de sterilisatie raden wij aan om 15-20 % van het voer af te halen. Hiermee wordt voorkomen dat de hond dikker gaat worden.



Prikpil hond

Soms is alleen tijdelijke onvruchtbaarheid gewenst, maar wil men later nog wel fokken met het teefje. In dat geval is de prikpil een mogelijkheid. De prikpil mag niet altijd gegeven worden, bel ons daarom voor een gepast advies voor uw hond. Voor langdurige anticonceptie is dit middel niet geschikt. De hormonen in de injectie vergroten namelijk het risico op suikerziekte, baarmoeder ontsteking en melkklier tumoren. En dat wilden we nu juist voorkomen!


Nazorg


Uw hond is bij ons geopereerd. Hier volgen een aantal adviezen voor de eerste paar dagen. Heeft u toch nog vragen dan mag u natuurlijk altijd bellen.

Uitlaten: De dag dat u uw hond ophaalt, kan zij nog wat suf zijn van de anesthesie. hierdoor kan haar reactie vertraagd zijn. Laat haar daarom de eerste uren even kort uit, maak geen lange wandelingen. Na de operatie adviseren wij u uw hond de eerste 10 dagen  aangelijnd uit te laten.

Beweging: Om te zorgen dat de hechtingen niet onder druk komen te staan, mag de hond de eerste 10 dagen niet springen (bijvoorbeeld naar een bal of op de bank), geen trappen lopen en niet zwemmen.

Vruchtbaarheid: Teven zijn na de sterilisatie direct onvruchtbaar.

Eten en drinken: De hond mag bij thuiskomst alles weer eten en drinken. Het geeft niet als  uw hond de dag van de operatie nog niet wil eten. Het kan namelijk zijn dat uw hond nog wat misselijk is van de narcose. De volgende dag moet ze wel weer gaan eten. Het kan zijn dat uw hond wat in gewicht aankomt. Dit komt doordat de stofwisseling op een lager niveau is komen te liggen. U kunt dit voorkomen door ongeveer 15-20% minder te voeren dan voorheen.

De wond en hechtingen: De hechtingen lossen vanzelf op en dit duurt ongeveer een maand. De wond wordt onderhuids gehecht zodat zo min mogelijk hechtmateriaal aan de buitenkant zichtbaar is. Hierdoor geneest de wond mooier en heeft uw dier minder de neiging de hechtingen eruit te likken. Uw hond mag de wond schoonlikken, maar ze mag er niet continue aan knagen of bijten. In dat geval kunt u een kraag ophalen of uw hond een T-shirt aantrekken. U hoeft niets aan de wond te doen, juist door zalf op de wond te smeren, wordt de drang om dit er af te likken groter. Als de huid rondom de wond erg geïrriteerd is (door  het scheren en wassen) kunt  u daar wat vette zalf zoals purol of vaseline opsmeren.

Controle: We willen na 10 dagen graag de wond controleren om te zien of alles goed is gegaan. Hier zijn geen extra kosten aan verbonden.

button contactWanneer u ons moet bellen:
Zodra u denkt dat er iets niet goed gaat of u het niet vertrouwt.
Bij bloedverlies.
Als uw hond voortdurend aan de wond zit.
Bij herhaaldelijk braken.
Niet willen drinken.
Bij algeheel ziek zijn.

Bij twijfel altijd bellen!