Het is onmogelijk om mastitis helemaal uit te bannen, maar het is wel mogelijk om het aantal gevallen terug te dringen. Allereerst is het belangrijk te weten dat mastitis ook voor komt bij koeien die nog niet ziek zijn, of een vlokje in de melk hebben. We noemen dat subklinische mastitis; dieren met een celgetal boven de 150.000 (vaarzen) of 250.000 (koeien). Als de koe ziek wordt (hard uier, koorts) of de melk verandert (vlokje, waterig, bloed, etc.) dan noemen we het klinische mastitis.

Om mastitis onder controle te krijgen is het belangrijk aandacht te besteden aan zowel klinische mastitis, als subklinische mastitis.

Uiergezondheid kan worden verbeterd door op verschillende vlakken (kleine) aanpassingen te doen:

  • Controle - infectiedruk in de koeien verlagen, correcte behandeling en snelle diagnostiek
  • Hygiëne omgeving verbeteren - zowel in de stal, tijdens het melkproces als bij het inbrengen van uierinjectoren
  • Diagnostiek - welke kiemen spelen er op je bedrijf? Welke dieren hebben een hoogcelgetal en zijn een bron van infectie voor gezonde koeien?
  • Veilig droogzetten - hoe genees je infecties in de droogstand en voorkom je nieuwe infecties

Controle

Mastitis op je bedrijf herkennen, bijvoorbeeld door MPR uitslagen, is stap één. Welke dieren hebben een hoog celgetal? Hoeveel procent van de hoog celgetal dieren geneest in de droogstand? Ontstaan er ook nieuwe uierontstekingen in de droogstand of vlak na afkalven? Allemaal voorbeelden van vragen die belangrijk zijn voor het in kaart brengen van de omvang van het uiergezondheidsprobleem op uw bedrijf. Vervolgens is het belangrijk om te weten welke mastitis verwekkers op uw bedrijf een rol spelen. Bacteriologisch onderzoek op melk helpt om deze bacteriën in kaart te brengen. Vaak zegt het type bacterie waar de grootste stappen gemaakt kunnen worden in de preventie van mastitis. We maken hierbij grofweg onderscheid tussen omgevingsgebonden kiemen, en koegebonden kiemen.


Om mastitis te voorkomen is het belangrijk te weten of er op je bedrijf omgeving- of koegebonden kiemen spelen



Omgevingsgebonden bacteriën

De belangrijkste omgevingsgebonden bacteriën die mastitis veroorzaken zijn:
melkkoe op stro schoon
Omgevingsgebonden wil zeggen dat de bacteriën voornamelijk in de omgeving van de koe leven zoals in strooisel, boxen en de grond.

Preventieve maatregelen voor omgevingsgebonden kiemen:

  • Schone koeien - hoe schoner de koe, hoe minder kans op infectie van het uier. Bekijk je eigen koppel eens met behulp van deze hygiëne scorekaart
  • Goede ventilatie is belangrijk;
  • Schoon en droog strooisel in de boxen is een must - potstallen kunnen een grote besmettingsbron zijn.
  • Schone afkalfstal: regelmatig helemaal leeg maken en schoon spuiten, schoon strooisel na iedere kalfkoe. Geen zieke koeien huisvesten in de afkalfstal;
  • Voorkom dat koeien gaan liggen in vochtige, vieze plekken in de schaduw van bomen;
  • Bestrijd vliegen;
  • Optimaliseer de weerstand van de koe - Stress, negatieve energie balans, slepende melkziekte zijn risicofactoren die hierbij een rol spelen;
  • Rantsoenen moeten zodanig samengesteld worden dat de mest niet te dun wordt. Diarree spettert alle kanten op, waardoor de koe vuiler wordt en de bacteriën zich meer verspreiden.

Koegebonden bacteriën

De belangrijkste koegebonden bacteriën die mastitis veroorzaken zijn:

Koegebonden wil zeggen dat de bacteriën voornamelijk op de koe leven. Deze bacteriën worden voornamelijk tijdens het melken overgedragen van geïnfecteerde naar niet-geïnfecteerde koeien via melkstellen/tepelvoeringen, de handen van de melker en via middelen waarmee de spenen worden voorbehandeld (zoals doeken). Ook aanvoer van koeien van andere bedrijven, of bijvoorbeeld uit de opfok kunnen dit soort bacteriën binnenslepen op het bedrijf.

Preventieve maatregelen voor koegebonden kiemen:

  • Koop geen dieren aan;
  • Voorkom overdracht tijdens het melken; draag bijvoorbeeld handschoenen, spoel de melkstellen door met heet water (>85C) na het melken van hoog celgetal dieren, markeer hoogcelgetaldieren, reinig de spenen voor het melken met een schone (papieren) doek, mobiele snelmelkers goed schoon maken voor je ze opnieuw gebruikt, een aparte groep hoogcelgetaldieren maken en als laatste melken;
  • Zorg voor een goede melktechniek en een goed werkende melkmachine; probeer schone en droge uiers te melken en voorkom luchtzuigen tijdens het melken. Laat regelmatig de melkmachine controleren om speenbeschadigingen te voorkomen;
  • Voorkom overbezetting;
  • Optimaliseer de weerstand van de koe;
  • Investeer in een goede tepeldip voor na het melken.
koe melken melkmachine

Hygiëne

Zowel voor bacteriën uit de omgeving, als voor koegebonden kiemen geldt: schoon werken en een schone stal voorkomen infecties!

Ligplaatsen

Over het algemeen geldt: een droge ligplaats, zo goed mogelijk vrij van mest. Ligboxen minimaal tweemaal daags van mest ontdoen en voorzien van voldoende droog strooisel. Eventueel kan dit worden aangevuld met stoffen die de infectiedruk verlagen zoals kalk. De ligboxen moeten ook comfortabel zijn, waardoor dieren niet scheef gaan liggen en zo de box bevuilen. Ook wordt de kans op damslapers zo kleiner. Als de boxen lang genoeg zijn wordt de kans op speenbetrappingen of -beschadigingen kleiner. In het geval van strohokken of potstallen: regelmatig volledig uitmesten en minimaal dagelijks ruim, vers opstrooien. Zieke dieren dienen apart gehuisvest te worden van de gezonde dieren.

Een op het oog schoon ligbed, kan bomvol bacteriën zitten. Het is heel belangrijk dat strooisel zo droog mogelijk is. Bacteriën vermeerderen zich bij voorkeur in vochtige en warme (broei)omstandigheden. Organisch materiaal, zoals zaagsel, stro en vaste fractiemest wordt door bacteriën ook als voedingsbron gebruikt, zeker als daar ook nog wat uitgelekte melk bij komt. De snelste bacterievermeerdering - in volgorde van snelheid - treedt op in vaste fractiemest, stro, hardhoutschilfers, wit zaagsel, papierpulp. Zachte houtsoorten (bijvoorbeeld den en spar) bevatten meer harsachtige stoffen, die de bacteriële vermeerdering enigszins remmen en daardoor geschikter zijn dan hardhout of eik. Voor meer informatie over strooisel kunt u hier klikken.

Stal

De stal moet ruim en fris zijn, met een goede ventilatie. Voorkom overbezetting in de stal.

Melken

Het melkstel moet altijd schoon zijn, ook de mini-melkers die los in de stal worden gebruikt! Melk hoogcelgetal dieren altijd als laatste en spoel de melkklauw na met heet water (>85 graden). Laat minimaal één keer per jaar een natte meting uitvoeren om te controleren of de melkmachine nog goed staat afgesteld. Dit voorkomt schade aan de spenen. Werk met schone materialen zoals papieren doeken in plaats van natte lapjes. Gebruik liefst één schone doek per koe om het uier droog schoon te maken, alvorens de melkmachine wordt aangesloten. Werk met handschoenen aan. Bezuinig niet op de tepeldip die u na het melken goed rondom alle vier de spenen aanbrengt. Laat koeien tot een half uur na het melken vast staan aan het voerhek. De slotgaten krijgen dan de kans om weer goed te sluiten.


Behandelen

Indien uw koe een hoog celgetal heeft of klinische mastitis, is het van groot belang een bacteriologisch onderzoek te laten uitvoeren, met een antibiogram. Zo weet u precies welke bacteriën op uw bedrijf mastitis veroorzaken én welk antibioticum kan helpen de infectie te bestrijden. Dat kan eenvoudig via de prakijk. U leest er hier alles over: https://dkbo.nl/Melk_onderzoek

Voor vrijwel alle mastitis verwekkers geldt: hoe eerder de behandeling met antibiotica wordt ingezet, hoe groter de kans op genezing. Dit geldt óók voor dieren met een verhoogd celgetal. Die worden vaak pas in de droogstand behandeld, maar gedurende de lactatie behandelen heeft voordelen.


Droogstand

In de droogstand kunnen (beginnende) uierontstekingen goed genezen. Het is dan ook van belang om te weten hoe hoog het celgetal van een koe is, alvorens haar droog te zetten. U mag met antibiotica behandelen indien het celgetal hoger is dan 50.000 (koeien) of 150.000 (vaarzen).

In de droogstand kunnen helaas ook uierontstekingen ontstaan. Het kan zijn dat de koe nog chronisch geïnfecteerd is en de oude infectie weer oplaait, of de koe is in de droogstand besmet geraakt. U kunt dit voorkomen door een teal-sealer te gebruiken zoals Orbeseal.

U leest hier meer over veilig droogzetten: https://dkbo.nl/Veilig_droogzetten