Poortwachterkindje en big - volksgezondheid 2

Dierenartsen hebben poortwachtersfunctie als het gaat om diergezondheid, maar daarnaast óók voor volksgezondheid. Een groot deel van de opleiding tot dierenarts wordt aandacht besteed aan volksgezondheid en zogeheten 'zoönoses'. Een zoönose is een ziekte die van dier op mens kan over gaan. Dierenartsen hebben een uitgebreide kennis over deze ziektebeelden, zowel bij mens als dier.

Enkele voorbeelden van dit soort ziektes zijn rabiës (hondsdolheid), Q-koorts, toxoplasmose, salmonella, miltvuur, ringschurft, orf, ziekte van Weil etc.  Indien we verschijnselen waarnemen bij dieren die kunnen wijzen op een zoönose zijn we in veel gevallen verplicht hier melding van te maken bij de overheid (nVWA). Vervolgens treden protocollen in werking die vanuit de overheid worden aangestuurd. Dit kan betekenen dat er monsters worden afgenomen voor laboratorium onderzoek, het dier moet in quarantaine of in extreme gevallen is sectie (na euthanasie) nodig om de diagnose met zekerheid te stellen.

Omdat de diereigenaar vaak onbegrip heeft voor de vervolgprocedure bij een melding van een meldingsplichtige ziekte, veelal vanwege de grote emotionele betrokkenheid, zijn hier protocollen voor opgesteld die door de overheid worden uitgevoerd. Onderdeel van het maatregelen pakket, om meldingsplichtige zoönoses zo goed mogelijk te voorkomen, zijn strenge regels bij de import van huisdieren, vaccinatie programma's, strenge controles in slachthuizen en door landelijke monitoring van dierziektes door middel van bijvoorbeeld steekproeven. 

Foto: Inger van der Laan