Je paardenarts als partner in paardenwelzijn

Onze paardendierenartsen staan dag en nacht voor je klaar als je paard acute zorg nodig heeft. Maar is het niet veel logischer als we helpen om ziekte te voorkomen? Precies die gedachte is al ruim 10 jaar de basis van onze manier van diergeneeskundige zorg verlenen. We helpen je met gevraagd en ongevraagd advies om het welzijn en de gezondheid van je paard te optimaliseren. Gelukkige dieren zijn minder ziek is onze filosofie. We nemen de tijd voor onze consulten, helpen je de juiste informatie te vinden, zijn eerlijk over behandelopties en het welzijn van het paard wordt altijd meegewogen in een behandelplan. 

Hoe komen we aan al die kennis over paarden houden en paardenwelzijn? Dat begint met basiskennis over het paardenlichaam en gedrag in de 6 jarige opleiding diergeneeskunde. Onze dierenartsen zijn allemaal erkende paardendierenartsen. Dat wil zeggen dat ze zich jaarlijks meermaals nascholen om up to date te blijven met de laatste inzichten in de paardengeneeskunde. Om erkend te blijven is het bovendien vereist dat collega's, uit verschillende praktijken, onderling regelmatig elkaar scherp houden doormiddel van intercollegiaal overleg. Omdat al onze dierenartsen welzijn hoog in het vaandel hebben staan, zijn nascholingen en overleg vaak gericht op paardengedrag, houderij, voeding en lifestyle. Daarbovenop nemen we deel aan de twee grootste kennisgroepen over paardenwelzijn: de commissie paardenwelzijn van de KNMvD (vereniging voor dierenartsen) en werkgroep dierenwelzijn van Evidensia (grootste veterinaire werkgever internationaal). Ons vak is alle theoretische en wetenschappelijke kennis om te zetten naar praktische tips om u en uw paard zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn. Kortom: vraag het ons, we helpen je graag. 

DKBO - Vivianne-85

Onze paardenartsen kun je alles vragen over maatwerk in paardenwelzijn



Je kunt zelf meer doen dan je denkt!

Paardenwelzijn; we hebben allemaal het beste met ons paard voor en toch is er nog veel wat we beter kunnen doen voor onze paarden. We hebben elkaar nodig om de wereld te laten zien dat paarden houden prima samen kan gaan met een gelukkig paardenleven. Alleen op die manier verdienen we het om in de toekomst nog paarden te kunnen houden. Denk daarbij aan het groeiende activisme in de maatschappij tegen paardrijden. Ook niet onbelangrijk; in de huidige stikstofcrisis komen paarden vanzelf aan bod als stikstofproducent. Wat kun je zelf doen om je paard morgen nog toekomst bestendig te houden? We geven je 10 tips die je natuurlijk mag delen op je socials! Tag je ons dan even?
  1. Show- don't tell - Laat op je socials niet alleen je wedstrijdprestaties zien, maar vooral ook hoe jij je paard bedankt, het naar de zin maakt en liefdevol als paard behandelt.
  2. Gras is de basis - Voeding is de basis voor een gezond paard. Dat begint met gras van Nederlandse bodem en beperk granenmixen en soja waar het kan. Stop het geld van alle biks en poeders eens in een ruwvoer analyse en je zult zien dat eenvoudiger voeren een blijer paard oplevert.
  3. Expertise - Onze dierenartsen hebben al heel veel mensen geholpen met een voedingsadvies
  4. Deken af - Laat die deken vaker in de kast hangen. Tussen de 5-15 graden is de ideale temperatuur voor een paard, daarboven hebben ze het zonder deken ook al warm
  5. Kudde - Laat ze samen in de wei of grote paddock spelen en kroelen. Sociaal gedrag is super belangrijk. En als ze het elke dag mogen wordt de kans op blessures juist kleiner. Geen smoesjes, elk paard kan dit. 
  6. Zelf doen - paarden moeten dagelijks ten minste 2 uur vrij kunnen bewegen; dat is dus een activiteit zonder de mens of stapmolen
  7. Stalkeuze - Kies een stal met aandacht voor het natuurlijk gedrag van het paard; ten minste 4 voerbeurten per dag, open stallen, veel frisse lucht, zomer en winter uitloop mogelijkheden, goede kwaliteit hooi etc. Zie voor goede stallen de website van het Keurmerk Paarden Welzijn.
  8. Goed gesprek - Geen keus in stallen bij jou in de buurt? mobiliseer je stalgenoten en kijk wat je in een goed gesprek samen kunt bereiken met de stalhouder. 
  9. Recht op zorg - Geef je paard het recht op goede zorg: ten minste 1x per jaar een erkende paardendierenarts op bezoek, een gediplomeerde hoefsmid elke 8 weken en minimaal jaarlijks een gebitsbehandeling bij een NVVGP gecertificeerde tandarts. 
  10. KPW keurmerk - Heb je een geweldige stal? Meld je aan voor het KPW keurmerk! Er is een leuke *VIDEO* van, check hier hoe het bij stal Willig er aan toe gaat. 

#Dierenwelzijn Challenge

Doe je ook mee?

De komende maanden zullen we veel kennis en handige life hacks delen over dierenwelzijn. Hou de nieuwsbrief en vooral social media goed in de gaten. Nog geen fan op de socials? like ons maar vast op Facebook en Instagram. Topics de komende tijd:

Augustus: huisvesting
September: preventieve zorg
Oktober: voeding
November: soorteigen gedrag

Maar: we vinden samenwerking en leren van elkaar super belangrijk. We dagen je uit om ons en anderen te inspireren wat betreft dierenwelzijn. Heb jij een super leuke, handige, innovatieve of originele tip waarmee je het welzijn van je dier vergroot? Deel hem met ons door te reageren op onze berichten op Instagram en Facebook! De allerleukste tip van de maand wordt beloond met een cadeaubon voor de dierenarts van €50. Samen zorgen! #dierenwelzijn #challenge #dierenwelzijnschallenge



Paarden hebben veel natuurlijke behoeftes, leer ze kennen en je kunt nog beter voor je dier zorgen dan je al dacht!

10 geboden van het paard

Houden van paarden - welzijn begint hier

Keywords die hier bij passen en hieronder verder worden uitgelegd: sociaal contact, groepsverband, fysiek contact, afmetingen stal en paddock, veiligheid huisvesting, spenen en opgroeien veulens, vrije beweging, blessurepreventie, ruwvoer, aanvullend krachtvoer, water, voerschema

Behoefte van het paard soorteigen gedrag: contact met soortgenoten, kuddedier

Voor paarden is de vrijheid om sociaal gedrag te kunnen vertonen met soortgenoten een basisbehoefte. Ieder paard moet dan ook elke dag, liefst de hele dag, sociaal contact kunnen hebben met andere paarden. Je kunt een paard niet afleren om sociaal te zijn of laten wennen aan eenzaamheid. Kortom; een paard hoort niet alleen gehouden te worden. Wat houdt sociaal contact dan precies in? Je paard moet naar eigen behoefte fysiek contact kunnen zoeken met soortgenoten, bijvoorbeeld neuscontact, grooming of spel.

kibeau, tusker, dyrgja rennen

Staat  je paard in een individuele box? Dan moet allereerst de afmeting ruim genoeg zijn: het box-oppervlak moet ten minste twee keer de stokmaat van het paard in het kwadraat zijn. Op deze manier heeft een paard de ruimte voor volledige zijligging met gestrekte benen. Alleen in deze houding komt het paard in REM slaap, die van belang is voor normaal functioneren, en voor fysiek en mentaal herstel. Daarnaast moet de box zodanig zijn gebouwd zijn dat paarden elkaar kunnen zien en aanraken; denk aan open boxwanden aan de bovenzijde of tralies.  De tralies moeten op de juiste hoogte zitten voor het betreffende paard. Is het onderste deel van je boxwand dicht? Dan kan een kleine pony hier dus beter niet gehouden worden, tenzij de boxwand open wordt gemaakt. Is er echt weinig mogelijk? Dan is er nog een optie om in gesloten boxwanden zogenaamde ‘snuffelgaten’ te maken. ‘Snuffelgaten’ moeten bij voorkeur zo groot zijn dat de paarden elkaars hele hoofd kunnen zien, dus van oren tot en met neusgaten. Dit is nodig omdat paarden een ander gezichtsveld hebben dan mensen en hierdoor een blinde vlek ontstaat bij het recht vooruitkijken. De boxen moeten daarnaast zo zijn gebouwd dat het paard overzicht heeft over zijn omgeving. Het liefst kunnen ze hun hoofd buiten de box brengen. Op deze manier is sociaal contact beter mogelijk en geef je je paard ook de gelegenheid zijn omgeving goed te kunnen waarnemen en daarmee te anticiperen op mogelijk gevaar. Hierdoor wordt onnodige stress voorkomen. Staat je paard een deel van de dag alleen op stal? Dit is echt ongewenst. Zorg voor ten minste een ander paard in het zicht op maximaal 30 meter. 

Normaal sociaal contact tussen paarden is het beste mogelijk door het paard in een stabiele groep te huisvesten. Er moet een degelijk introductieprotocol gevolgd worden als paarden worden toegevoegd aan de groep om introductie problemen voor te zijn. We kunnen je hier met maatwerk in adviseren. Staat je paard het grootste deel van de dag in een groep (> 6 uur), dan stelt dit extra eisen aan de kwaliteit van het verblijf. Alle leden van de kudde moeten in hun behoeften kunnen voorzien. Hierbij moet de groepsgrootte passend zijn voor de locatie en worden voorkomen dat er te veel paarden worden gehouden, in verhouding tot de beschikbare ruimte. Hierbij wordt aanbevolen om de weide of paddock rechthoekig te houden en per paard 360m2 ruimte te rekenen. Dat is dus heel erg veel! Heb je die ruimte niet? Dan kan dat consequenties hebben voor agressief gedrag en bewegingsvrijheid van paarden in de koppel. We denken graag met je mee als je hier vragen over hebt. 

paardenwelzijn kus paard

Heb je veulens? Hou dan rekening met de bijzondere behoefte van veulens om normaal sociaal gedrag aan te leren en spelgedrag te kunnen vertonen. Hierbij is het advies om veulens te laten opgroeien met ten minste twee andere merries met een veulen. Een goede sociale opvoeding, waarbij veulens hun communicatievaardigheden leren, ontwikkelen ze door de omgang met andere moeders. Idealiter worden veulens vanaf 6 maanden gespeend. Vanaf 4 maanden leeftijd kan door geleidelijk spenen het veulen met zo min mogelijk stress van de moeder gescheiden worden. Dat wil zeggen dat ze voorafgaand aan het spenen worden bijgevoerd met het voer dat ze na het spenen zullen krijgen (beperkt krachtvoer, voldoende ruwvoer/gras) en dat het veulen regelmatig een steeds langere tijd wordt gescheiden van de merrie. Veulens worden gedurende dit proces, waarbij ze tijdens en na het spenen gescheiden zijn van hun moeder, altijd met andere veulens in een groep gehouden.  

Behoefte van het paard huisvesting: dagelijks vrij kunnen bewegen  

Een paard heeft looplust, op welke leeftijd dan ook. Het uit vrije wil dagelijks bewegen is nodig om bewegings- en maagdarmstelsel gezond te houden en het houdt je paard ook mentaal fit. 

Onder vrije beweging wordt verstaan dat het paard naar eigen inzicht kan bewegen. Kortom: bewegen zonder dat het een activiteit is met de mens. Bij beperking van vrij bewegen is er een risico op het 'rebound effect’. Dit betekent dat paarden die weinig vrije beweging krijgen moeilijker te hanteren zijn bij interactie met mensen en verhoogde kans op blessures hebben bij bijvoorbeeld weidegang. 

Vrije beweging betekent dat paarden in elk geval een kort sprintje moeten kunnen trekken en daarbij de mogelijkheid hebben tot visueel contact met soortgenoten. De afstand om over te kunnen sprinten is minimaal 17,5 meter (5 galopsprongen ofwel 7 paardlengten) voor een warmbloed. Daarbij wordt drukte in de paddock voorkomen en is er uiteraard oog voor de veiligheid. Dat wil zeggen dat paarden vrij kunnen bewegen op een zachte bodem met een omheining die veilig is voor paarden. Wanneer er meerdere paarden bij elkaar worden gezet moet er wel voldoende ruimte zijn om elkaar te ontwijken. Geen doodlopende stukken, voldoende droge lig plekken, voldoende niet (ruimtelijk) monopoliseerbare voerplaatsen, voldoende passeer plekken etc.  

Paarden verblijven nooit 24 uur aaneengesloten in hun box, tenzij op voorschrift van een dierenarts.  

Een rustdag voor paarden betekent dat ze wel de mogelijkheid tot uitgebreide vrije beweging gedurende meerdere uren hebben.  

paard rollen (2)

Behoefte paard voeding: ruwvoer als basis van de voeding 

Het maagdarmstelsel van het paard is gemaakt om gedurende de hele dag kleine hoeveelheden vezelrijk voer te eten. Ruwvoer vormt dan ook de basis van het rantsoen en wordt met een balancer aangevuld tot een uitgebalanceerd dieet. Daarbij lijdt het paard geen langdurige honger of dorst.  

Paarden zijn van nature steppedieren, gebouwd om het grootste deel van de 24 uur te foerageren.  Voor het maagdarmstelsel is het nog steeds noodzakelijk om gedurende de hele dag kleine hoeveelheden vezelrijk voer te eten. Vezelrijk voer betekent een goede kwaliteit ruwvoer zoals gras, hooi of voordroog. Het normale dagritme van paarden bestaat uit het continue herhalen van de cyclus van 2-3 uren eten en 1 uur rusten. Dit is onder andere terug te zien in de continue aanmaak van maagzuur en het ontbreken van een galblaas. Paarden moeten vezelrijk ruwvoer goed kauwen. Hierbij komt speeksel vrij waarmee het begin van de vertering wordt ingezet. Daarnaast buffert het basische speeksel de zure maagsappen wat voor een evenwichtige samenstelling van de maaginhoud zorgt. Door afwezigheid van een galblaas wordt de gal, onafhankelijk van de hoeveelheid darminhoud, continu afgegeven in de darm. De gelijkmatige toevoer van kleine hoeveelheden ruwvoer mengt in de dunne darm dan ook optimaal met de gal. Door de vezelrijke eigenschappen van ruwvoer is de vertering rustig en dit is nodig voor de langdurige en intensieve vertering van cellulose. Daarnaast fungeert de massa ruwvoer in de darm als wateropslag die kan worden aangesproken bij inspanning en warmte.  

paard hooi

Grote hoeveelheden krachtvoer veranderen de samenstelling van de voedselmassa in de darm. Dit kan de natuurlijke verteringsprocessen ontregelen en ongewenste gisting in de darmen geven, met overmatige gasvorming tot gevolg.  

De afwezigheid van langdurige honger of dorst is een basisvoorwaarde voor paardenwelzijn. Daarbij is het een vereiste dat paarden fris water en ruwvoer aangeboden krijgen en nooit langer dan 6 uur zonder eetbaar ruwvoer zijn (ook ‘s nachts). 

Indien paarden in groepshuisvesting worden gehouden moet er goed op worden gelet dat alle dieren in de groep voldoende toegang hebben tot kwalitatief goed ruwvoer. Net zo goed moeten de dominante paarden niet te veel gevoerd krijgen en overgewicht ontwikkelen. Ook moet in een groep met meerdere dieren worden gezorgd voor meerdere waterpunten, die van verschillende kanten bereikbaar zijn. Een waterpunt wordt soms gemonopoliseerd door een dominant dier of groep dieren. Het monitoren van de voedingstoestand van alle paarden in de groep is essentieel. Wij helpen je met liefde om dit voor je (koppel) paarden te beoordelen. Een vaccinatie of gebitsbehandeling is een mooi moment om de voedingstoestand te bespreken.  

Meer weten over voeding? We hebben hier uitgebreid over geschreven, dat vind je hier

Behoefte paard preventieve gezondheidszorg: gezondheidszorg in de breedste zin van het woord

Als je paarden de beste huisvesting en voeding geeft ben je al een goed eind op weg naar een lang en gelukkig leven. Toch zullen we onze paarden meer ondersteuning moeten bieden wat betreft (preventieve) zorg om ze gezond te houden. De erkende paardendierenarts speelt daarin een belangrijke rol. De dierenarts kan overzien welke zorg of hulp een paard het beste kan gebruiken en is de eerste vraagbaak voor andere leden van het team van zorgprofessionals: de gediplomeerde hoefsmid, gecertificeerde gebitsverzorger en dierenfysiotherapeut.

Alle behandelingen, zowel preventief als curatief, zijn altijd in het belang van het paard. Lichamelijke ingrepen, die een cosmetisch doel hebben en/of het welzijn van het paard aantasten, wijzen we af.  


Geschreven door Vivianne van Leeuwen